|
|
DE
WOESTIJNKAT (Felis Margarita)
Op het eerste gezicht lijkt
de woestijnkat op een karikatuur van onze huiskat. Dit komt door
zijn brede, vlakke gezicht en grote oren. Ook is het lichaam van
de woestijnkat meer gedrongen en de poten zijn korter. De
dichtbehaarde voetzolen geven hem een stevig houvast op zachte
bodem en ze voorkomen verbranding op hete rotsen. Door de
laagzittende oren kan hij zich goed verboren houden voor
prooidieren.
De woestijnkat is nog net
niet de kleinste wilde kat van Afrika. Die eer gaat naar zijn
naaste verwant, de zwartvoetkat, die zijn naam dankt aan zijn
zwarte zolen. Beide katten zijn makkelijk te plaatsen in de
groep "kleine katten"(felis) en de extra naam van de
woestijnkat, "Margarita", komt van de onderzoeker generaal
Margueritte. Deze nam in 1855 een expeditie in de Sahara en was
de eerste Europeaan die een exemplaar van de woestijnkat ving.
Daarmee maakte hij deze soort voor het eerst toegankelijk voor
wetenschappelijk onderzoek.
De woestijnkat is zoals
vele katachtigen een bedreigde soort. In sommige landen zoals
Pakistan is de ondersoort reeds uitgestorven. In alle
dierentuinen van de wereld leven samen ongeveer negen
woestijnkatten die allemaal van één paartje afstammen. Het
gevaar voor inteelt is bij deze dierentuinendieren dus bijzonder
groot.
|
|
|
|
|
Het schattige uiterlijk van
de woestijnkat is misleidend want hij is een agressieve en goede
jager. Het grootste deel van het voedsel bestaat uit kleine
knaagdieren. Daarnaast maakt hij jacht op vogeltjes, hagedissen
en grote insecten zoals sprinkhanen. In de vroege avond komt de
woestijnkat tevoorschijn uit zijn hol of daalt af van de rots
waarop hij geslapen heeft en maakt zich klaar voor de jacht.
Zoals de meeste katten ligt hij te loeren op de prooi. Hij maakt
daarbij gebruik van zijn uitstekende oren en ogen. Bewegingsloos
ligt hij in dekking met de oren omlaag gedrukt en stort zich
vervolgens met een verrassingsaanval op zijn slachtoffer. Met
een beet in de nek en krachtig heen en weer schudden, doodt hij
zijn prooi voordat hij hem met zijn scherpe hoektanden en kiezen
in stukken scheurt. Soms vangt hij in één nacht zoveel
prooidieren dat hij de volgende nachten niet op jacht hoeft.
Tevens schijnt deze kat zonder vocht te kunnen leven daar hij
zijn vochtbehoefte uit zijn voedsel kan halen.
De woestijnkat heeft een
voorkeur voor zandwoestijnen waarin hij zijn hol kan graven maar
hij komt ook in rotsachtige gebieden voor. Vroeger was de
woestijnkat in grote getale te vinden in het grootste deel van
de Sahara en het nabije Oosten in Turkmenistan en Zuidwest
Pakistan. Tegenwoordig leven in deze gebieden nog maar hier en
daar verspreide populaties.
De voortplantingstijd ligt
tussen maart en april en twee maanden later werpt het vrouwtje
twee tot vijf jongen. Als ze een hol heeft, werpt ze daar maar
vaak komen de jongen ook ergens in een spelonk ter wereld. De
jongen zijn bij de geboorte blind, behaard en ze wegen vijftig
tot zestig gram. Na twee weken gaan de oogjes open en na een
drietal weken komen de jongen tevoorschijn uit de beschutting
van hol of spelonk. Na een week of vijf eten ze voor het eerst
vlees en met drie of vier maanden zijn ze zelfstandig. Ze worden
met een donkere vachttekening geboren die later verbleekt.
De paringskreet van een
woestijnkat is voor zo'n klein dier ongewoon luid. Vermoedelijk
komt dit doordat een mogelijke partner niet dicht in de buurt is
en het anders niet zou horen. Het vrouwtje brengt haar jongen
meestal zelf groot. Soms komt het voor dat de vader zich met de
opvoeding bemoeit. Voor de rest zijn het echte katten en dus
solitaire dieren.
|