|
|
DE MARGAY (Leopardus
wiedii)
De
margay lijkt op een kruising tussen
de huiskat en de
ocelot en wordt ook vaak boomocelot
genoemd. Het is een kleine kat die in de regenwouden van
Zuid-Amerika leeft. Ook bij deze kat werkt diens schoonheid
eerder in zijn nadeel, want door de jacht op zijn pels is de
soort inmiddels sterk bedreigd.
De
margay leidt een solitair bestaan in
de regenwouden van Zuid-Amerika. Hij leeft bijna uitsluitend in
bomen en neemt daarmee een uitzonderingspositie onder de
katachtigen in. De
margay jaagt en eet bij daglicht.
Hij is zeer bedreven in het vangen van vogels en kleine
zoogdieren. Zijn buitengewone klimvermogen stelt hem in staat om
vanuit een boom naar beneden te schieten om een prooidier op de
grond te verrassen. In plaats van naderbij te sluipen of zijn
prooi over grote afstand te achtervolgen, verstopt deze kat zich
liever. De magay en de nevelpanter
zijn de enige katachtige die hun prooi van boven kunnen
bespringen. De tanden van de margay
zijn, net als bij alle andere katachtigen,
vlijmscherp en hij doodt zijn prooi snel door met zijn
hoektanden een keelbeet toe te brengen.
|
|
Tot voor kort werd er op de margay genadeloos gejaagd omwille van zijn prachtige vacht. De vacht is zacht en fraai getekend. Grijsgeel van kleur met bruin – zwarte vlekken en strepen en daartussen lichter van kleur. De buikzijde is ook lichter van kleur en op de staart zie je ringen. De achterpoten kunnen door speciale gewrichten 180 graden naar binnen worden gedraaid. De lange, scherpe nagels kunnen tijdens het rusten en lopen in huidplooien teruggetrokken worden. Bij opwinding komen ze door onwillekeurige spierbewegingen naar buiten. Tussen de teenkussens, op de lippen, kin en rond de tepels en anus bevinden zich de zweet – en geurklieren om het territorium te markeren. De mannetjes bezitten speciale anaal klieren om geurmerken te plaatsen. Margay’s planten zich tussen oktober en januari voort. Het vrouwtje wordt meerdere keren per jaar krols. Ze scheidt dan een vloeistof af waardoor de mannetjes aangetrokken worden. Ze weten dan dat de bereid is om te paren. De vrouwtjes delen soms een territorium met de mannetjes. Ze gaan samen op jacht totdat de jongen geboren worden. Na een draagtijd van 60 tot 80 dagen worden er meestal 1 of 2 kleine katjes geboren. Na enkele maanden leert de moeder haar kleintjes hoe ze moeten jagen en overleven. |
|
![]() |
![]() |
![]() |