JAGUARUNDI (HERPAILURUS YAGOUAROUNDI)

 

Het is erg interessant om je te verdiepen in de katachtigen, maar de vele (onders)soorten, benamingen en groeperingen maken het voor velen toch wel een beetje verwarrend.

De groep "Grote Katten" (of Panterkatten) bestaat uit tijgers, leeuwen, panters (zo genoemd in Azië en Luipaard in Afrika), jaguars (de Amerikaanse variant van de panter/luipaard), sneeuwpanters en nevelpanters.

De grootste katten uit de groep "Kleine Katten" (felis), de poema en de lynx, zijn op hun beurt weer groter dan de nevelpanter, de kleinste onder de grote katten.

Daartussen zweeft nog de cheeta, ook wel jachtluipaard genoemd. Deze wordt in Afrika weer tot de drie grootste katten van die landen gerekend.

De geheel zwarte variant heb je zowel bij de panters (luipaarden) als bij de jaguars. Bij goed licht zijn de oorspronkelijke vlekken nog door het zwart heen te zien.

De groep civetkatten zijn meer verwant met de mangoesten en dan is er nog de op een marterachtige lijkende kat: De Jaguarundi.

 

 

 

Jaguarundi betekent waterjaguar. Deze naam komt uit een Zuid-Amerikaanse Indianentaal. Dat deze kat nauw verwant is aan de cheeta merk je met name aan zijn jachttechniek. Hij is zeer actief en grijpt landdieren rennend, en slechts zelden door langzaam naderbij te sluipen of op de loer te liggen zoals andere katten.

Met zijn korte, sterke poten rent hij direct achter zijn prooien aan en legt daarbij soms wel meer dan een km af. De jaguarundi voedt zich met kleine prooidieren zoals muizen en hagedissen en moet soms wel 40 prooien per dag vangen om zijn maag te vullen.

De korte, dichte vacht kan vaalgeel, donkergrijs of roodbruin zijn en met toenemende ouderdom van kleur veranderen. Qua kleur en bouw lijkt hij veel op zijn andere naaste verwant: de poema.

 

De jaguarundi komt in het laagland van het uiterste zuiden van de VS tot in het noorden van Argentinië voor. Hij leeft in de dichte onderbegroeiing in struikgewas en bossen, maar bewoont ook drogere gebieden met cactussen en andere droge planten, maar altijd in de buurt van water. Het dier kan goed zwemmen en steekt ook brede rivieren over. Hij bezit net als alle katachtigen een territorium, waarvan de grenzen echter minder vastliggen dan bij de meeste andere katten.

Een andere bijzondere eigenschap is dat hij vaak in paren leeft en jaagt en zelfs in groepen van verschillende paren die samen een territorium tegen soortgenoten verdedigen. Door zijn lenigheid en scherpe ogen is hij een uitstekende jager. De geluiden die hij maakt zijn bijzonder veelzijdig.

 

 

 

 

   

De paring vindt twee maal per jaar plaats en in de tropen kan dat in elk jaargetijde gebeuren, maar meer noordelijk en zuidelijk meestal in maart en nogmaals in eind augustus of in september.

Twee worpen per jaar zijn nodig om het bestand op peil te houden. Veel jongen sterven al in hun eerste levensdagen, want ze zijn een makkelijke prooi voor andere roofdieren uit het regenwoud. De twee of drie jongen worden op een verborgen plek geboren, zoals onder een omgevallen boom. De dieren uit één worp kunnen zeer verschillend van vachtkleur zijn, maar alle kleurvarianten bezitten lichte vlekken en strepen die later verbleken.

Na vijf tot zes dagen openen ze hun ogen. Tot dat moment bewaakt de moeder hen onafgebroken en uiteindelijk wordt ze door de honger gedwongen om op jacht te gaan. Eerst brengt ze de buit mee naar het veilige nest en later gaan de jongen mee op jacht om de kunst af te kijken.

De jaguarundi wordt niet als bedreigde diersoort beschouwd, al is er wel een verbod op het verhandelen van zowel de levende dieren als de vacht van deze dieren. De grootste bedreiging voor de jaguarundi is het inkrimpen van de leefomgeving.

Tekst en foto's: Babette de Jonge