|
|
Binnen de groep katachtigen neemt de cheeta (jachtluipaard) in vele
opzichten een speciale plaats in. Aan het begin van de 20e eeuw
waren er wereldwijd nog zo'n 100.000 cheeta's te vinden. Vandaag
de dag wordt de cheeta populatie op zo'n 12.000-15.000 geschat
verspreid over 24 landen in Afrika en enkele tientallen in Iran
en Afghanistan. Hoewel de cheeta (de oudste wilde kat) 3 miljoen jaar in staat is geweest te overleven, heeft het grootste roofdier, de mens, het in minder dan 100 jaar voor elkaar gekregen de cheeta op de lijst van bedreigde diersoorten te plaatsen. De naaste verwanten van de cheeta zijn de poema en de jaguarundi, of wezelkat. Beide hebben ook het slanke, langgerekte figuur met in verhouding kleine kop. |
| De cheeta is het snelste dier op het land. Hij kan snelheden bereiken van wel 120 km per uur. Dit kan hij ongeveer 30 sec. volhouden. Dan raakt zijn lichaam oververhit en moet hij stoppen. Zijn lichaam is er voor gebouwd om deze snelheden te bereiken. Hij heeft een kleine kop en zijn lichaam is slank. Volwassen cheeta's wegen tussen de 50 en 60 kilo. Een lichtgewicht onder de grote katten dus. Een luipaard weegt bijvoorbeeld tussen de 70 en 80 kilo. Hoe minder je weegt, hoe sneller je bent. |
|
|
|
De ruggengraat van de cheeta is flexibel en zijn schouderbladen
zijn niet met zijn ruggengraat verbonden d.m.v. botten maar
door spieren. Hierdoor kan hij op volle snelheid een afstand
overbruggen van 8 meter zonder de grond te raken. De staart is in verhouding tot zijn lichaam groot en zwaar. De cheeta gebruikt zijn staart als een roer om op volle snelheid scherpe bochten te kunnen maken. Tijdens het rennen gebruikt hij zijn nagels voor grip op de grond. De nagels kunnen niet ingetrokken worden net als bij een hond. Ze zijn dan ook niet scherp zoals bij andere katachtigen omdat ze afslijten op de grond. Hierdoor dacht men vroeger dat de cheeta een hondensoort was. De neus wordt alleen gebruikt om zoveel mogelijk zuurstof naar binnen te halen tijdens het rennen voor zijn spieren. De reukzin is niet goed ontwikkeld. De longen en het hart zijn erg groot om de zuurstof te verwerken. De cheeta jaagt het liefst op grote open vlaktes, waar hij zijn snelheid volledig kan benutten. Hij jaagt voornamelijk in de ochtend of in de middag als de andere roofdieren, zoals leeuwen en hyena's (de grootste vijanden van de cheeta) nog liggen te slapen. Omdat de cheeta een lichtgewicht is vermijdt hij zijn vijanden om ongelukken te voorkomen. Het gevolg is wel dat de cheeta op het heetst van de dag en met een laaghangende zon moet jagen. De traansporen absorberen het zonlicht en werken zodoende als een zonnebril voor de cheeta. De lange oogwimpers houden het zonlicht tegen. In tegenstelling tot hun reukvermogen is hun zicht erg goed ontwikkeld. Ze kunnen op een afstand van 5 km in detail zien. Vanaf een hoger gelegen punt zoals een boomstronk of termietenheuvel kijkt de cheeta uit naar zijn prooidieren. Hij besluipt zijn prooi tot op een afstand van 40 meter en zet dan de sprint in. Hij laat zijn prooi struikelen en grijpt deze vervolgens bij de keel om 'm te verstikken. |
|
Na het doden heeft de cheeta wel 20 minuten nodig om bij te komen
van de inspanning. Vaak probeert hij in deze tijd de prooi te
verschuiven naar een veiligere plek. Komt er in die tijd een
ander roofdier langs dan zal hij zijn prooi moeten afstaan. Daar
hij niet zo sterk is als zijn vijanden, zal hij nooit een
gevecht aangaan met een hyena of een leeuw. Zelfs bavianen
kunnen hem wegjagen bij zijn prooi. Door zijn speciale jachttechniek kan de cheeta het zich niet veroorloven om gewond te raken. Zelfs een kleine verwonding aan poot of staart zorgt er al voor dat hij de snelheid niet kan halen die hij nodig heeft en zal hij sterven van de honger. Om een confrontatie te vermijden moet de cheeta in de meeste gevallen snel en haastig eten. Het is wel eens gebeurd dat er een cheeta gestikt is omdat hij te snel wilde eten. Een cheeta is selectief bij het zoeken naar een partner. Ook in gevangenschap is het heel lastig om met cheeta's te fokken. Cheeta mannetjes doden nooit welpen van een ander om met de moeder te kunnen paren. Bij tijgers, leeuwen en luipaarden is dit wel het geval. Cheeta's hebben geen vaste paarperiode; jongen kunnen in ieder jaargetijde geboren worden. De draagtijd is 90-95 dagen en de worpgrootte varieert van 2 tot 5 jongen. Vrouwtjes verzorgen hun jongen 20 maanden en leven verder solitair. Mannetjes leven en jagen vaak samen of in groepjes. Het zijn vaak broers uit eenzelfde worp. Veel mensen verwarren de cheeta met een luipaard. Er zijn echter duidelijke verschillen tussen deze twee katachtigen. De luipaard is veel zwaarder en sterker dan de cheeta. Hoewel beide een gevlekte vacht hebben, lopen de vlekken anders. De cheeta heeft kleine, zwarte vlekken en luipaarden hebben rozetten, een zwarte rand met in het midden een lichtere kleur. De lijnen op de kop van de cheeta (traansporen) zien we niet bij een luipaard. De luipaard draagt zijn prooi een boom in om het zo te verbergen voor andere roofdieren. De cheeta begint na een rustpauze direct van zijn prooi te eten. Kortom, de cheeta moet het hebben van zijn snelheid en de luipaard van zijn sterke lichaam. Het grootste probleem wat de cheeta heeft is het verlies van zijn natuurlijke leefomgeving. De mens rukt steeds verder op en neemt steeds meer land van de cheeta af. Veeboeren laten hun vee op hetzelfde grondgebied grazen als de prooidieren van de cheeta. Als er dan een stuk vee mist, krijgt de cheeta de schuld en wordt zodoende afgeschoten. Een reservaat is helaas ook niet echt een goed alternatief voor de cheeta. De andere roofdieren in zo'n reservaat, zoals de leeuw en de hyena, zijn vaak in de meerderheid en zorgen ervoor dat de cheeta telkens zijn prooi af moet staan. Volwassen cheeta's en hun welpjes worden ook vaak door dezelfde dieren gedood. Dus alleen in reservaten waar geen andere grote katten rondlopen, maakt de cheeta een kans. Een ander probleem is het gebrek aan genetische diversiteit. De genen lijken sterk op elkaar waardoor ze bijv. bevattelijk zijn voor dezelfde ziektes. Evt. fokprogramma's worden hierdoor bemoeilijkt. Gelukkig zijn er diverse stichtingen en instanties bezig om de cheeta voor uitsterven te behoeden. In ons eigen Nederland hebben we Stichting Spots waarmee we de problematiek rond de cheeta op de kaart proberen te krijgen. Zie ook voor meer informatie over de cheeta en andere wilde katten in het kattentijdschrift Kattenmanieren. |
![]()
|
|
DE KONINGSCHEETA
De koningscheeta is de zeldzame variant van de cheeta. Er zijn maar weinig koningscheeta's in de hele wereld en het verschil met de gewone cheeta zit 'm in de genetische afwijking, waardoor de vlekken veel groter en donkerder zijn dan bij de "gewone" cheeta en over de rug loopt een zwarte streep. Het gaat dus niet om een aparte ondersoort. In nesten met "gewone" cheeta's kunnen ook koningcheeta's geboren worden. Tekst en foto's: Babette de Jonge |
|
|
|